HISTORIEK

Het oudste document over de relikwie van het Heilig Bloed in Brugge dateert van 1256.

Tussen 1150 en 1256 is er dus een leemte van een eeuw !

Zou de relikwie na 1150 in Brugge aangekomen zijn ? Waarschijnlijk wel, omdat er in Constantinopel in die tijd een relikwie van het Heilig Bloed aanwezig was, nl. in de Mariakapel van het keizerlijk paleis Bucoleon. Deze relikwie maakte deel uit van een hele reeks relieken van het lijden van Christus.

In 1203 viel Constantinopel in handen van de kruisvaarders en werd deze keizerlijke stad gedurende deze vierde kruistocht geplunderd.

Boudewijn IX, graaf van Vlaanderen, werd er tot nieuwe keizer aangesteld.

Vermoedelijk zond hij buitgemaakte relieken naar Vlaanderen en meer bepaald naar Brugge. Zijn dochters Johanna en Margaretha stonden immers aan het hoofd van het graafschap. Eerder via deze weg zou Brugge in het bezit gekomen zijn van de relikwie van het Heilig Bloed. Ook de manier waarop het bergkristallen flesje is geslepen verwijst naar Constantinopel.